Een kudde kun je horen ruisen
Schaapherder is zonder twijfel het meest tot de verbeelding sprekende beroep van Drenthe. Wilt u het heidelandschap op een bijzondere manier ervaren, dan bieden de Herders van Balloo de mogelijkheid mee te gaan op pad met de kudde. Het weidse Balloërveld is bij uitstek een plek om te verstillen.
Een zachte zee staat opgestuwd tegen het hek aan de rand van het Balloërveld: een zee van schapenruggen met hier en daar, uit de golven oprijzend, de schonken van een geit. Tom heeft de dieren bijeen gedreven. De border collie hijgt alsof hij al zijn kruit verschoten heeft, terwijl zijn werkdag amper is begonnen. Alsof het een met het ander samenhangt, zo trekt een regenbui over op het moment dat herder Marianne Duinkerken het hek opent. Terwijl de dieren over het terrein uitstromen loopt Marianne terug naar de schaapskooi om een regenjas te halen. Ze wijst de richting waar de dieren heen moeten. “Probeer het maar.”
Wie schaapskudde van Balloo zegt, zegt al meer dan vijfentwintig jaar Albert Koopman, en wie Albert Koopman zegt, zegt sinds een jaar of acht Marianne Duinkerken. Samen noemen ze zich Herders van Balloo. Uit alles ademt Albert Drenthe. Hij is de stille kracht achter de kudde, vandaag spint hij wol in de schuur achter de kooi. Marianne weet met modern elan de kudde aan de man te brengen, een kudde moet renderen per slot van rekening. Voor bedrijven, families en schoolklassen is ze gastvrouw op de heide.
Daar sta ik dan, alleen, in de regen, maar mét wat ik altijd wilde: een kudde op de hei. Waar menig jongetje politie- of brandweerman wil worden, zijn er ook jongetjes die er van dromen herder te worden. Een enkel jongetje blijft daarin steken. Ik word snel uit de droom geholpen. De 420 dieren lopen alle kanten op. Tom lijkt verlamd door de keuze tussen zijn baas en de kudde. De hond kijkt vertwijfeld naar mij, ik kijk vertwijfeld naar hem, dan neemt hij de benen. Ik sta er dus alleen voor. Hoe pak ik dit in hemelsnaam aan? Drijf ik de dieren voor me uit of moet ik juist voorop lopen? Ik besluit tot het eerste, maar als de dieren links en rechts uiteenwijken volgt automatisch optie twee: ook tevergeefs, geen dier dat mij volgt. Ik begrijp dat dit mij niet gaat lukken, ben een ervaring rijker, een illusie armer.
Vrolijke spot siert Mariannes gezicht als ze terugkeert, ook al lopen de schapen inmiddels overal en nergens. Gelukkig heeft Tom zich hervonden. We trekken op naar het gebied dat begraasd moet worden. Nauwlettend houdt Marianne in de gaten dat de dieren de bloeiende beenbreek ongemoeid laten. Het wordt droog, de zon breekt door en Marianne vertelt over de groepen die ze mee het veld op neemt. Zoals het stel vriendinnen dat tijd en kudde vergat, of de managers die elkaar moesten aansturen om de kudde bijeen te houden. Marianne ziet haar gasten gaandeweg de dag veranderen, mensen ‘verstillen’ is haar streven.
Stil is het zeker op de heide, zo stil zelfs dat ik leer dat je een kudde kunt horen ruisen. Elk gewas heeft een eigen knabbelgeluid; de som van taaie heide is indrukwekkend. Al grazend gaan de dieren vergrassing en de opslag van jonge bomen tegen. Bij dat laatste tonen de geiten hun kunnen. Op hun achterpoten reiken ze hoog in het loof. “Geiten eten ruig”, spreekt Marianne in herderjargon. Naast onderhoudsmachine voor het terrein is de kudde cultureel erfgoed. Het is frappant te zien hoe voorbijgangers reageren op de dieren. Wandelaars wachten de kudde op, proberen schuchter een dier aan te raken, nemen een foto; fietsers stappen af, beseffen dat haast geen nut heeft als de kudde passeert. Verstillen begint in het klein.
Na een paar uur struinen door het veld wijdt Marianne me in in een van de geheimen van het vak: het dutje van de herder. Het werkt als volgt: je zoekt een geschikte pitruspol, schopt tegen de plant om adders of ander ongerief te verjagen en je maakt het jezelf gerieflijk. Heeft je lunch gesmaakt dan laat je je achteroverzakken; je gaat op zoek naar figuren in de wolken en plots – terwijl de schapenbellen van steeds verder klinken en een leeuwerik opstijgt – ben je weg.
Tom is een multidisciplinaire hond. Als hoeder heeft hij zijn kuren – “Tom, je vergeet de helft!” – als wekker is hij onvolprezen. Met zijn voorpoten tikt hij zijn baas wakker als de pauze hem te lang duurt. We gaan verder, op naar waar karrensporen lange lijnen in het landschap trekken. Marianne wijst de bospartijen die Staatsbosbeheer wil verwijderen. Het bos diende voor bivak en kan weg sinds Defensie het oefenterrein heeft afgestoten.
De middag loopt ten einde. Terug naar de kooi gaan de geiten als ware leiders voor. Aan de rand van het veld wacht een viertal schapen ons op, er waren er dus toch die ons vanochtend te slim af waren. De dames hebben hun vrijheid gevierd op een heel sappig stukje Balloërveld, Marianne schiet in de lach als ze de volgevreten buiken ziet. Een passerende fietser vraagt hoeveel dieren de kudde telt. “Zo’n 420 stuks”, meld ik alsof het mijn dagelijkse kost is; herder voor een dag blaast een jongensdroom nieuw leven in. “Dat zijn dan 1680 hoefjes”, roept de man over zijn schouder.
Geen natuur maar cultuur!
Een tocht over de heide lijkt een tocht door een laatste restant natuur. Maar schijn bedriegt. Heide is cultuurgrond. Het verbond ooit grote delen van Europa en kan ons iets leren over een duurzaam landbouwsysteem.
Neem een kleurpotlood en een blanco kaart van Europa; kleur de heide in en ontdek dat heidevelden reiken over de Britse eilanden en van Noorwegen tot halverwege Portugal. Heide gedijt in gebieden onder invloed van de oceaan. Om die reden liggen heidevelden vaak in een smalle strook tussen de zee en de bergen. Alleen in West-Europa, waar bergen ontbreken, strekken ze tot op een paar honderd kilometer landinwaarts.
Toen 5000 jaar geleden de bewoners van onze streken vee gingen houden, moesten ze stukken bos afbranden om open ruimtes te creëren. Wilde de open ruimte niet overwoekerd worden, dan moest de ruimte begraasd worden of periodiek worden afgebrand. Heide bleek de ideale begroeiing; de struik is het hele jaar door groen – biedt dus altijd voedsel voor het vee – en neemt genoegen met een zure, arme bodem.
Het landbouwsysteem van de Europese ‘heideboeren’ stoelde op twee poten. Heide, of woeste grond, nam het grootste deel van het oppervlak in beslag. Het waren veelal gemeenschappelijke gronden waarop het vee werd gehouden. Het vee produceerde de mest die onontbeerlijk was voor die andere gronden, de gecultiveerde grond. In Drenthe kennen we die grond als essen. Zo mogelijk hielden de boeren hooilanden in de natte dalen. In Balloo zien we alle elementen van dit systeem terug: de gezamenlijke kudde van het dorp, de schaapskooi waar de mest werd opgevangen, de essen bij het dorp en de hooilanden aan weerszijden van het Balloërveld.
Begin 19e eeuw was het heidearsenaal op zijn grootst. Twee eeuwen later heeft bijna 90% van de Europese heidevelden de komst van kunstmest en andere vernieuwingen in de landbouw niet overleefd. Er is nog heide in West en Noord Europa, maar niet meer als onderdeel van een landbouwsysteem. In Noord-Spanje en Portugal wordt deze manier van landbouw nog wel bedreven. Daar houdt de laatste generatie heideboeren van Europa op traditionele wijze een prachtig cultuurlandschap in stand.
Staatsbosbeheer en de grote stille heide
Grafheuvels, urnenvelden, celtic fields en karrensporen: op het Balloërveld komt de oudheid tot leven. Dat het Balloërveld vorige eeuw ontsnapte aan de ontginningen, is te danken aan het ministerie van defensie dat het gebied in 1918 als oefenterrein in bezit kreeg. Sinds 2006 is Staatsbosbeheer beheerder – en sinds 2008 eigenaar – van het 367 hectare grote terrein. Het vormt onderdeel van het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa. Om ‘de grote stille heide’ te benadrukken, verwijdert Staatsbosbeheer stroken bos die Defensie aanlegde voor oefeningen. Recentelijk is een wandelroute van 9 kilometer uitgezet. De route is te volgen vanaf de parkeerplaatsen aan de noord- en de zuidkant.
Slow food
Voor de rol in de instandhouding van het Drentse Heideschaap is de kudde van Balloo als fokcentrum erkend door Stichting Zeldzame Huisdieren. Het lamsvlees van de kudde heeft het EKO-keurmerk. Herders van Balloo beijvert zich voor Slow Food , de internationale organisatie die zich inzet voor traditionele regionale voedselproducten. Als vijfde culinaire streekproduct in Nederland is het Drents heideschaap door de organisatie erkend. Herders van Balloo levert lamsvlees aan particulieren.
Families, schoolklassen, bedrijven of individuen die een dag of een dagdeel mee het veld op willen, kunnen contact opnemen met Marianne Duinkerken 06 – 144 67 033. Prijzen en mogelijkheden in overleg. Voor info zie www.herdersvanballoo.nl
Gepubliceerd in Dagblad van het Noorden
Reacties
Reageer